Santiago de Compostela
GESCHIEDENIS
Rond 813 na Christus zag de kluizenaar Pelayo in NoordOost-Spanje een paar opeenvolgende nachten een helder licht boven een oude Romeinse begraafplaats. De kluizenaar waarschuwde de bisschop van de streek, Theodomir, die het graf vond van de apostel Jacobus in een ondergronds gebouwtje. Op die plek bouwde de Noord-Spaanse koning Alfons II in 825 een kleine kerk, die in de tweede helft van de negende eeuw werd vervangen door een grotere. Na verwoesting in 997 door een Moorse kalief werd de kerk hersteld. In 1077 begon de bouw van de huidige kathedraal. In 1128 was hij klaar.
De bedevaarten naar het graf van Jacobus kwamen rond 950 op gang.
Later zou de plek Compostela gaan heten, een samenstelling uit de Latijnse woorden campus (plaats) en stella (ster).
Kunstenaars, bouwmeesters en ambachtslieden uit alle West-Europese landen trokken naar Noord-Spaanse.
De pelgrimage heeft een stempel gedrukt op de Europese infrastructuur. Wegen, bruggen, veerdiensten, gasthuizen, herbergen, kapellen en kloosters zijn gebouwd.
WEGEN EN LANDSCHAP
De St.Jacobsroute loopt door verschillende landschapstypen, door gebergten en brede rivierdalen, over kale hoogvlakten en door vruchtbare beekdalletjes. Je komt van de frisse berglucht in de drukkende atmosfeer van het binnenland, van een droog steppeklimaat in vochtig klimaat dichter naar de kust, afgelegen streken en levendige regionale hoofdsteden.
De St. Jacobsroute maakt gebruik van verschillende typen wegen: van rotsachtige paden waar je vaak in stromende regen alleen achter elkaar kan lopen tot geasfalteerde zonder schaduw of stoffige landbouwweggetjes die almaar stijgen en dalen. Soms met leem bedekte onverharde weggetjes maar ook langs drukke snelwegen.
Ook bossen die 1000 jaar geleden zijn aangelegd waar je de eenzaamheid van de middeleeuwse pelgrim, zijn angst om de herberg niet meer bij daglicht te bereiken of overvallen te worden goed indenken. (Marianne draagt een hoofd-ver-straler).
Ruimte in de herberg
2 Maanden lang, elke dag 15 tot 20 kilometer lopen.
Overnachten in slaapzalen waar 50 mannen en vrouwen snurken, hoesten, winden en waar de lucht van zweetsokken gewoon is.
Dit is de Refugio: ze bieden onderdak, en zijn bovendien zowel ontmoetingsplek als berichtencentrale. Refugio’s zijn de pelgrims-
herbergen lang de Spaanse Jacobsweg, de Camino. Hier komen de mensen samen, die elkaar in het leven van alledag nooit ontmoet zouden hebben, in een gemeenschap die gevormd wordt door het avontuur dat Santiago heet. Gedurende enkele eeuwen was deze pelgrimsweg een van de belangrijkste van het christendom, in vergetelheid geraakt. Maar aan het eind van de 20e eeuw kreeg de weg een nieuwe populariteit. Steeds meer mensen volgen de 850 kilometer van de Franse Pyreneeën naar Santiago de Compostela in Galicië.
De motieven om te gaan zijn tegenwoordig niet altijd religieus. Toch stellen de pelgrims al spoedig vast dat de zware niet alleen een fysieke prestatie vormt, maar vooral ook een spirituele uiting is.
De Camino schijnt iets magisch, iets geheimzinnigs, te hebben waaraan niemand zich kan onttrekken.